Zittende mannefiguur, handen gevouwen, rechts haan op boomstronk Vermoedelijk kopie naar versie door Gerard Seghers in Arras, Musée des Beaux-Arts (doek, 135 x 107 cm., inv.nr. 982.1.1) of versie in Hermitage, St. Petersburg (inv.nr. 5129); andere versie in Kerk Sint Michiels, Sint Michiels, België (doek, 142 x 119 cm). Volgens D. Bieneck, Gerard Seghers, Lingen 1992, p. 180-181, is de versie in de Hermitage in St. Petersburg (A62) de eerste versie en die in Arras de tweede (A63).
DIENST VOOR ‘S RIJKS VERSPREIDE KUNSTVOORWERPEN ’S-GRAVENHAGE [Naoorlogs]; Kunstenaar: School v. Rubens Inv.nr.: NK3411; Titel: Petrus en de Haan Maten: 150 x 112; Coll.: … Inv./cat.: …; …
Achterkant spieraam midden links
opschrift
L16 [? Potlood]
Achterkant lijst boven midden
opschrift
F....; A [? H...; A? Wit krijt. Vervaagd]
Achterkant lijst rechts midden
nummer
80378 [Potlood. Geen Munchen-nummer]
Achterkant lijst links midden
nummer
256 [Wit krijt. Kavelnummer?]
Achterkant lijst boven midden
nummer
NK3411 [Zwarte stift]
Achterkant lijst boven links
nummer
B 513 [Potlood. De 3 lijkt op een 9. Inventarisnummer DRVK]
Achterkant spieraam onder links
etiket
DIENST VOOR ‘S RIJKS VERSPREIDE KUNSTVOORWERPEN ’S-GRAVENHAGE [Naoorlogs]; Kunstenaar: School Rubens, P.P. Inv.nr.: …; Titel: Petrus en de haan Maten: 150 …; Coll.: … Inv./cat.: …; …
Achterkant lijst onder links
nummer
86. [Onderstreept. Wit krijt]
Achterkant lijst links onder
etiket
[DIENST VOOR 's RIJKS VERSPREIDE KUNSTVOORWERPEN 'S-GRAVEN]HAGE; ... [Inv.nr.:] B 513; ... [Naoorlogs]
Achterkant spieraam onder links
Reconstructie van de herkomstgeschiedenis
* -
: Dzieduszycki, W.
: Verzamelaar
:
: NIOD 248-A1121, nr. 33
: Volgens P.N. Menten kochten hijzelf en A. Mèhuys verschillende schilderijen van graaf W. Dzieduszycki.
|
: Mèhuys, A.
:
: NIOD 248-A1121, nr. 33
: Volgens P.N. Menten kochten hijzelf en A. Mèhuys verschillende schilderijen van graaf W. Dzieduszycki. In 1933 stelden zij deze schilderijen ter beschikking van D. Menten, zodat hij ze kon verkopen. Zowel P.N. Menten en D. Menten maakten voor deze diensten aanspraak op 24% ieder van de netto-winst. In 1942 kocht P.N. Menten alle schilderijen van A. Mèhuys en daarbij afstand deed van het aandeel van de 24% van de netto-winst voor hemzelf en D. Menten.
|
: Menten, P.N.
: collectie
: Aerdenhout
: Vlg. cat. Van Marle & Bignell 26-7-1943, nr. 58; NIOD 248-A1121, nr. 33
: Volgens P.N. Menten kochten hijzelf en A. Mèhuys verschillende schilderijen van graaf W. Dzieduszycki. In 1933 stelden zij deze schilderijen ter beschikking van D. Menten, zodat hij ze kon verkopen. Zowel P.N. Menten en D. Menten maakten voor deze diensten aanspraak op 24% ieder van de netto-winst. In 1942 kocht P.N. Menten alle schilderijen van A. Mèhuys en daarbij afstand deed van het aandeel van de 24% van de netto-winst voor hemzelf en D. Menten. Bij aankomst in Nederland maakte P.N. Menten en D. Menten hernieuwde afspraken over eigenaarschap, waarbij D. Menten aanspraak had op 50% van de netto-opbrengst van dit schilderij.
|
: Menten, D.
: collectie
:
: Vlg. cat. Van Marle & Bignell 26-7-1943, nr. 58; NIOD 248-A1121, nr. 33; Archief Commissie Menten (2.09.63), invnr. 254.
: Volgens P.N. Menten kochten hijzelf en A. Mèhuys verschillende schilderijen van graaf W. Dzieduszycki. In 1933 stelden zij deze schilderijen ter beschikking van D. Menten, zodat hij ze kon verkopen. Zowel P.N. Menten en D. Menten maakten voor deze diensten aanspraak op 24% ieder van de netto-winst. In 1942 kocht P.N. Menten alle schilderijen van A. Mèhuys en daarbij afstand deed van het aandeel van de 24% van de netto-winst voor hemzelf en D. Menten. Bij aankomst in Nederland maakte P.N. Menten en D. Menten hernieuwde afspraken over eigenaarschap, waarbij D. Menten aanspraak had op 50% van de netto-opbrengst van dit schilderij.
|
: Van Marle & Bignell
: veiling
: Den Haag
: Vlg. cat. Van Marle & Bignell 26-7-1943, nr. 58; NIOD 248-A1121-33
: Het schilderij werd op deze veiling niet verkocht.
|
: Menten, D.
: collectie
:
: Vlg. cat. Van Marle & Bignell 26-7-1943, nr. 58; NIOD 248-A1121, nr. 33
: P.N. Menten nam in augustus 1943 de 50% eigendom van zijn broer over als vereffening van schulden en werd toen volledig eigenaar.
|
: Menten, P.N.
: collectie
: Aerdenhout
: Archief CABR 372; Vlg.cat. Van Marle & Bignell 26-7-1943, nr 58; NIOD 248-A1121, nr. 33.
: P.N. Menten nam in augustus 1943 de 50% eigendom van zijn broer D. Menten over, waardoor hij de enige eigenaar werd.
|
: Van Marle & Bignell
: veiling
: Den Haag
: Archief CABR 372; Vlg.cat. Van Marle & Bignell 1944-06-27/29, nr. 86.
: Dit schilderij werd ingebracht door P.N. Menten. Het werd op de veiling opgehouden en dus niet verkocht.
|
: Menten, P.N.
: collectie
: Aerdenhout
: Archief CABR 372; Vlg.cat. Van Marle & Bignell 1944-06-27/29, nr. 86; NIOD 248-A1121, nr. 33
: P.N. Menten verkocht dit schilderij samen met 13 andere schilderijen op 30 januari 1945 aan W.A. Christiaans. Hij trad daarbij zowel voor zichzelf op als, als lasthebber voor zijn broer Dirk Menten. De verkoop vond plaats "onder de algemeen bekende voorwaarden vastgesteld voor de veilingen bij Frederik Muller te Amsterdam". Dit schilderij was volledig eigendom van P.N. Menten.
: Na WO II werd W.A. Christiaans aangemerkt als politiek delinquent. Op 12 november 1947 werd door het Bijzonder Gerechtshof te Amsterdam zijn collectie kunstvoorwerpen, waaronder dit schilderij, verbeurd verklaart. Ofschoon de SNK reeds in 1946 had laten weten deze kunstvoorwerpen te zien als 'een uiterst welkome aanvulling' op het Nederlands cultuurbezit, werden de stukken in 1953 ter veiling aangeboden bij Frederik Muller te Amsterdam. Daar dit schilderij niet voldoende kon opbrengen werd het bij de veiling opgehouden. Hierna werd het in de NK-collectie opgenomen.
In beheer gekomen bij het Rijk
Na 1945-05-05
Huidige restitutiestatus
Geen verzoek
Onderzoeksbevindingen
Uit het herkomstonderzoek naar de periode 1933-1945 komen indicaties naar voren die wijzen op mogelijk onvrijwillig bezitsverlies.