Er zijn geen of onvoldoende herkomstgegevens uit de periode 1933-1945 over dit object bekend. Na onderzoek zijn tot op heden geen bronnen gevonden die informatie over de herkomst kunnen geven. Daarom is er geen uitspraak te doen over mogelijk verdachte herkomst of mogelijk onvrijwillig bezitsverlies.
De herkomstgegevens van dit object zijn niet sluitend. In 1923 werd het schilderij verkocht op een veiling van Frederik Muller aan "mejuffrouw Brasser". De identiteit van Brasser kan niet met zekerheid worden vastgesteld. Het is daarom niet duidelijk hoe lang het werk in haar bezit is gebleven. In 1942 werd het schilderij door G.L.M. van Es uit Rotterdam verkocht op een veiling van A. Mak te Dordrecht. Het is niet bekend van wie, wanneer en onder welke omstandigheden Van Es het schilderij heeft verworven. Op dit moment ontbreken er concrete aanknopingspunten voor vervolgonderzoek naar de herkomst van dit schilderij tussen 1933-1942.