: Na het overlijden van F. Mannheimer op 9 augustus 1939 werd zijn boedel failliet verklaard. De collectie ging over naar de bank Mendelssohn & Co die een grote vordering had op de boedel. De bank verkocht het in Nederland aanwezige deel van de collectie in oktober 1941 aan Dienststelle Mühlmann.
: De Dienststelle Mühlmann verwierf in oktober 1941 de collectie Mannheimer voor het beoogde Führermuseum in Linz.
- *
: Führermuseum
: museum [en]
: Linz
: Hitler had plannen voor een museum in Linz. Dat is er nooit gekomen. De stukken die voor dit museum door de nazi’s zijn verzameld zijn aan het einde van de oorlog op diverse plaatsen aangetroffen, waaronder München en Altaussee.
In beheer gekomen bij het Rijk
Na 1945-05-05
Huidige restitutiestatus
Geen verzoek
Onderzoeksbevindingen
Uit het herkomstonderzoek naar de periode 1933-1945 komen geen indicaties naar voren die wijzen op mogelijk onvrijwillig bezitsverlies.
In juni 1934 is de collectie Mannheimer zoals die op dat moment in Amsterdam aanwezig was geïnventariseerd door de firma Artistic. Dit object komt voor in deze inventarisatie. Het object bevond zich dus vóór 25 juni 1934 in de collectie van F. Mannheimer uit Amsterdam. Uit aanvullend onderzoek zijn geen nieuwe aanknopingspunten naar voren gekomen waar, wanneer, van wie of onder welke omstandigheden F. Mannheimer dit object heeft verworven. Bij het overlijden van F. Mannheimer in 1939 werd zijn boedel failliet verklaard. De collectie ging over naar de bank Mendelssohn & Co die een grote vordering had op de boedel. De bank verkocht het in Nederland aanwezige deel van de collectie in 1941 aan Dienststelle Mühlmann. Er zijn geen aanwijzingen dat dit onvrijwillig was.
Uit het herkomstonderzoek naar de periode 1933-1945 komen geen indicaties naar voren die wijzen op mogelijk onvrijwillig bezitsverlies.
In juni 1934 is de collectie Mannheimer zoals die op dat moment in Amsterdam aanwezig was geïnventariseerd door de firma Artistic. Dit object komt voor in deze inventarisatie. Het object bevond zich dus vóór 25 juni 1934 in de collectie van F. Mannheimer uit Amsterdam. Uit aanvullend onderzoek zijn geen nieuwe aanknopingspunten naar voren gekomen waar, wanneer, van wie of onder welke omstandigheden F. Mannheimer dit object heeft verworven. Bij het overlijden van F. Mannheimer in 1939 werd zijn boedel failliet verklaard. De collectie ging over naar de bank Mendelssohn & Co die een grote vordering had op de boedel. De bank verkocht het in Nederland aanwezige deel van de collectie in 1941 aan Dienststelle Mühlmann. Er zijn geen aanwijzingen dat dit onvrijwillig was.
Uit het herkomstonderzoek naar de periode 1933-1945 komen geen indicaties naar voren die wijzen op mogelijk onvrijwillig bezitsverlies.
In juni 1934 is de collectie Mannheimer zoals die op dat moment in Amsterdam aanwezig was geïnventariseerd door de firma Artistic. Dit object komt voor in deze inventarisatie. Het object bevond zich dus vóór 25 juni 1934 in de collectie van F. Mannheimer uit Amsterdam. Uit aanvullend onderzoek zijn geen nieuwe aanknopingspunten naar voren gekomen waar, wanneer, van wie of onder welke omstandigheden F. Mannheimer dit object heeft verworven. Bij het overlijden van F. Mannheimer in 1939 werd zijn boedel failliet verklaard. De collectie ging over naar de bank Mendelssohn & Co die een grote vordering had op de boedel. De bank verkocht het in Nederland aanwezige deel van de collectie in 1941 aan Dienststelle Mühlmann. Er zijn geen aanwijzingen dat dit onvrijwillig was.