Gebruik vingers voor zoom en navigatie. Scroll buiten de afbeelding.
De bewening
Hans Memling
Objectinformatie
De bewening
Schilderijen
Museum Boijmans Van Beuningen
Vervaardiging
Hans Memling
1470-1480
Fysieke kenmerken
Olieverf op paneel
57 x 48 cm
Reconstructie van de herkomstgeschiedenis
1895 <> c. 1918
Richard von Kaufmann (collection), Charlottenburg / Berlin [en]
? <> ?
: J. Heath (collectie), Liphook
:
: P. Lambotte, Memling tentoonstelling ingericht door het Stadsbestuur in het Stedelijk Museum te Brugge, 22 juni - 1 oktober 1939, Brugge
1895 <> circa 1918
: Richard von Kaufmann (collectie), Charlottenburg / Berlijn
:
: Inventaris museum; RKD beelddocumentatie nr.300; S. Kuhrau, Kunstsammler im Kaiserreich: Kunst und Repräsentation in der Berliner Privatsammlerkultur, Kiel 2005
9-12-1936
: Arthur Goldschmidt (kunsthandel), Berlijn / Parijs
:
: Inventaris museum
1936 <>1958
: D.G. van Beuningen (collectie), Vierhouten
:
: Inventaris museum; RKD beelddocumentatie nr.300
1958 <> heden
: Museum Boijmans Van Beuningen
:
: Inventaris museum; RKD beelddocumentatie nr.300
Huidige restitutiestatus
Geen verzoek
Onderzoeksbevindingen
No information is available about when Jewish art dealer Arthur Goldschmidt acquired this painting or the previous owner. [en]
In 1936, this painting was owned by Arthur Goldschmidt, a Jewish art dealer who had fled from Germany. His name is linked to Karl Haberstock and Hans Wendland, who bought and sold stolen art. Goldschmidt settled in Paris in 1936 at Place Vendôme with Paul Graupe, another German art dealer. When the Germans occupied Paris in 1940, their collection was impounded and Goldschmidt was imprisoned. Six months later he was released. He fled via Spain to Havana, Cuba, where he reestablished himself as an art dealer. [en]
Het is onbekend wanneer de joodse kunsthandelaar Arthur Goldschmidt dit schilderij verhandelde en wie voordien de eigenaar was.
Dit schilderij was in 1936 in bezit van Arthur Goldschmidt, een uit Duitsland gevluchte joodse kunsthandelaar. Zijn naam wordt in verband gebracht met Karl Haberstock en Hans Wendland die handelden in geroofde kunst. Goldschmidt vestigde zich in 1936 in Parijs aan de Place Vendôme samen met Paul Graupe, een andere Duitse kunsthandelaar. Na de bezetting van de Duitsers van Parijs in 1940, werd hun collectie geconfisqueerd en werd Goldschmidt gevangengenomen. Na zes maanden werd hij vrijgelaten en via Spanje uiteindelijk in Havana, Cuba terechtgekomen waar hij zijn kunsthandel voortzette.